Drs. E. Cornips

Kinderneurochirurg

Aandachtsgebieden

Kinderneurochirurgie, endoscopische neurochirurgie

Contact

T 043-3874041

Curriculum Vitae

Opleiding
1985 – 1988    kandidatuur geneeskunde Limburgs Universitair Centrum (Hasselt, België)
1988 – 1992    doctoraat geneeskunde Katholieke Universiteit Leuven (Leuven, België)
1992 – 1999    specialisatie neurochirurgie UZ Gasthuiberg (Leuven, België)
1999 – 2000    fellow neurochirurgie, azM
2000 – heden  staflid neurochirurgie, azM

Aandachtsgebieden 
- kinderneurochirurgie 
- hypofyse chirurgie
- thoracale hernia chirurgie
- ruggenmerg chirurgie (tethered cord / tumor / syringomyelie)
- craniële endoscopie
- nervus vagus stimulatie

Aandachtsgebieden in detail

Kinderneurochirurgie
De kinderneurochirurgie is in recente jaren uitgegroeid tot een afzonderlijke subspecialisatie die zich richt op een zenuwstelsel dat nog in volle ontwikkeling is. Dit is een heel andere uitgangssituatie dan bij volwassenen, immers “a child is not a small adult”. Belangrijkste aandachtsgebieden binnen de kinderneurochirurgie in onze afdeling betreffen het waterhoofd, de midline pathologie (spina bifida / tethered cord / cerebrale aanlegstoornissen), overige ruggenmerg aandoeningen (tumoren, syringomyelie), de behandeling van spasticiteit (intrathecale baclofen therapie), de craniofaciale chirurgie, en de plexus brachialis chirurgie.

Om uw kind optimaal op te vangen en de continuïteit van zorg te garanderen zijn er in ons centrum twee kinderneurochirurgen (drs Cornips en dr Ter Laak – Poort). Wij beschikken over de modernste chirurgische technieken en hulpmiddelen, waaronder de EM navigatie (een electromagnetisch GPS systeem voor het hoofd), de iMRI (intraoperatieve MRI die tijdens de operatie zelfs met open schedel inzetbaar is), de NIM monitor (8 kanaals EMG monitor tijdens tethered cord operaties), en een CO2 laser. Wij werken intensief samen met onze vier kinderneurologen die de dagelijkse zorg van de poliklinsche en klinische kinderen op zich nemen. Doorgaans wordt uw kind na de operatie bewaakt op een medium care bed of (ifv leeftijd en complexiteit van de operatie) op een PICU bed (pediatrische intensive care unit).

De behandeling van het waterhoofd (ook hydrocefalie genoemd) gebeurt middels plaatsen van een draintje in de hersenkamers (ventrikels) met afleiding doorgaans naar de buik (ventriculo-peritoneale drain), minder frekwent naar de borstholte of naar het hart. Sommige kinderen kunnen geholpen worden middels een kijkoperatie (ook endoscopische operatie genoemd), met name wanneer het waterhoofd een gevolg is van een verstopping van de natuurlijke afvoerwegen van het hersenvocht. Met vergelijkbare endoscopische technieken kunnen ook biopten genomen worden van diepgelegen hersentumoren grenzend aan of uitpuilend in een hersenkamer, of kunnen zgn arachnoidale cysten gedraineerd worden.

De midline pathologie betreft zowel het hoofd als de wervelkolom, met als belangrijkste verschijningsvormen de dermale sinus, de encefalocele, de meningo(myelo)cele (ook open rugje of open dysrafie genoemd), en alle andere aanlegstoornissen van wervelkolom en ruggenmerg (ook gesloten of occulte dysrafie genoemd). Tot deze laatste categorie behoren aangeboren aandoeningen zoals het tight filum, de split cord malformatie, en het dorsale, transitionele, of terminale lipoom. Zowel de open als gesloten dysrafie kunnen aanleiding geven tot een zgn tethered cord of gekluisterde conus, gevolg van tractie op en/of verklevingen rond het ruggenmerg. Dit veroorzaakt problemen met het lopen, met de zindelijkheid, met de groei en de ontwikkeling van de wervelkolom, maar ook pijn en uiteindelijk progressieve uitvalsverschijnselen. Deze kinderen presenteren zich met complexe problematiek die een gespecialiseerde, multidisciplinaire aanpak vergt in teamverband, het zgn spina (bifida) team, dat gecoördineerd wordt door dhr Dan Soudant. Het team bestaant uit een kinderneuroloog, kinderneurochirurg, kindernefroloog, kinderuroloog, kinderorthopeed, kinderarts, kinderrevalidatiearts, en maatschappelijk werkster. Het team heeft een maandelijks gezamenlijk spreekuur waar deze kinderen met regelmatige intervallen opgevolgd worden. Vermelden we tenslotte dat onze uitgebreide ervaring met midline pathologie als vanzelf zijn spin-off heeft naar de begeleiding en behandeling van volwassenen die zich met gelijkaardige aandoeningen (waaronder het zgn adult tethered cord) presenteren.

De craniofaciale chirurgie richt zich op schedelmisvormingen veroorzaakt door vroegtijdige verbening van een of meerdere schedelnaden. De meeste schedelmisvormingen zijn sporadisch (dwz niet overerfbaar), een minderheid is syndromaal (dwz kaderend in een aangeboren, genetisch syndroom, waarvoor vaak meerdere, complexe operaties nodig zullen zijn). De kinderneurochirurgie maakt deel uit van het zgn craniofaciaal team, dat gecoördineerd wordt door de afdeling plastische chirurgie (prof dr R. van der Hulst).

De behandeling van spasticiteit richt zich in onze afdeling op de intrathecale toediening van baclofen. In eerste instantie wordt een proef uitgevoerd met bolusinjecties via een spinale catheter. Indien succesvol wordt een zgn baclofenpomp onderhuids ingebracht, verbonden met een spinale catheter, en voorzien van een reservoir. Dergelijke pomp dient poliklinisch regelmatig gecontroleerd te worden, en het reservoir zonodig bijgevuld te worden. Daarnaast worden heel wat kinderen met (een mildere vorm van) spasticiteit behandeld met herhaalde Botox injecties door de kinderneurologen (prof dr J. Vles). Ook het spasticiteitsteam wordt gecoördineerd door dhr Dan Soudant.

De plexus brachialis chirurgie richt zich bij kinderen op het obstetrisch plexusletsel, waarbij (doorgaans na een moeizame bevalling) een kindje geboren wordt met min of meer ernstige verlamming van een armpje. De complexe zorg rond en follow-up van het kind met een obstetrisch plexusletsel wordt sinds vele jaren geleverd door een multidisciplinair team in het Atrium Medisch Centrum te Heerlen, dat hiervoor internationaal aanzien geniet. Vanuit de vakgroep neurochirurgie wordt de belangrijkste bijdrage geleverd door drs van Nie.

Hypofyse chirurgie
Het hypofyseteam bestaat uit endocrinologen (prof dr Schaper, prof dr Nieuwenhuizen - Kruseman en collega’s), neurochirurgen (drs Cornips, dr Temel, prof dr van Overbeeke), KNO artsen (drs Baijens, drs Brunings, drs Lacko) en radiotherapeuten, die maandelijks overleggen samen met hun collega’s endocrinologen uit de regio (Heerlen, Roermond, Sittard, Weert, Venlo, Maxima Medisch Centrum Eindhoven / Veldhoven).

De hypofyse chirurgie gebeurt met de modernste chirurgische technieken (transnasal, transsphenoidal) en hulpmiddelen:
- door een neusgat (ipv door het neusseptum)
- mbv een endoscoop (ipv een microscoop)
- mbv neuronavigatie (een soort GPS systeem)
- mbv iMRI (intraoperatieve MRI) in geselecteerde gevallen
- mbv peroperatieve ACTH sampling in geselecteerde gevallen van de ziekte van Cushing

De PoleStar N20 is een mobiel MRI systeem dat ons toelaat om tijdens de operatie te controleren of de beoogde hoeveelheid tumor verwijderd is, of het chiasma (de kruisende banen van beide oogzenuwen) vrijligt, en of verder opereren technisch mogelijk en wenselijk is. Het gebruik van dit MRI systeem is tijdrovend, hij wordt met name ingezet bij grote, grillige tumoren, en bij sommige recidief tumoren.

De peroperatieve ACTH sampling laat ons toe om tijdens de operatie de ACTH spiegels te meten en grafisch weer te geven. Bedoeling is om tijdens de operatie enige feedback te krijgen tav het al dan niet volledig verwijderd zijn van het tumortje (doorgaans <5mm groot) dat de hoge ACTH spiegels veroorzaakt. De interpretatie van deze gegevens is moeilijk, en de techniek tijdrovend en arbeidsintensief, reden waarom hij enkel toegepast wordt in geselecteerde gevallen (doorgaans wanneer de locatie van het tumortje op de scan onzeker is).

Thoracale hernia chirurgie
Eind 2000 werd in ons centrum als eerste in de BeNeLux een thoracoscopische hernia operatie uitgevoerd. Sedertdien is met deze minimaal invasieve, efficiënte, en veilige techniek een unieke ervaring opgebouwd bij een 300-tal geopereerde patiënten uit binnen- en buitenland, waardoor we een tertiair referentiecentrum geworden zijn. Het betreft een vrij complexe, delicate operatie via een beperkte toegang, die toch een optimaal zicht geeft op het probleem, en bovendien het herstel postoperatief bevordert. Een minderheid van de patiënten met een zgn giant hernia en/of een reeds ernstig beschadigd ruggenmerg wordt tijdens de operatie door de afdeling Klinische Neurofysiologie gemonitord (zgn MEP monitoring). Dit zijn vaak de patiënten waarbij in samenwerking met de orthopeden na verwijderen van de hernia meteen een stabilisatie van de wervelkolom wordt uitgevoerd.

Ruggenmerg chirurgie (volwassen tethered cord, tumoren, syringomyelie)
Onze afdeling heeft sinds vele jaren een bijzondere interesse in de erg delicate ruggenmerg chirurgie bij kinderen en bij volwassenen. Deze vertaalt zich in onze expertise bij de chirurgische behandeling van het tethered cord, de syringomyelie (ikv Chiari 1 malformatie of na een trauma), en de vrij zeldzame ruggenmergtumoren. Goede resultaten kunnen maar bekomen worden mits optimale beeldvorming, correcte indicatiestelling en timing van de operatie, en een zorgvuldige microchirurgische techniek in combinatie met zgn peroperatieve neuromonitoring. Neuromonitoring (met name gebruikt bij het opereren van ruggenmerg tumoren) betekent dat de functies van het ruggenmerg continu bewaakt worden door een klinisch neurofysioloog (on line) ism een gespecialiseerd laborant (aanwezig in de operatiekamer). Samen bewaken zij met name de vrijwillige spierfunctie (motoriek) middels MEP monitoring en de nog gevoeliger D-wave monitoring, soms ook het gevoel (sensoriek) middels SSEP monitoring. Dergelijke neuromonitoring beoogt een maximaal veilige resectie van de tumor, en is enkel mogelijk wanneer een aangepaste narcose techniek wordt toegepast door een gespecialiseerd neuroanesthesist.

Craniële endoscopie
Aansluitend bij onze kinderneurochirurgische expertise wordt de endoscoop ook bij volwassenen gebruikt met diverse aandoeningen in het hoofd, oa colloid cysten, arachnoidale cysten, pinealis cysten, aqueduct stenose, etc. Dankzij de endoscoop kan vaak een grotere operatie (craniotomie) dan wel een draintje vanuit de hersenkamers naar de buik vermeden worden.

Nervus vagus stimulatie
Bij kinderen en volwassenen met ernstige therapie resistente epilepsie en die niet in aanmerking komen voor een hersenoperatie (zgn resectieve chirurgie) kan nervus vagus stimulatie overwogen worden. Bij deze operatie wordt een electrode aangelegd rondom de linker nervus vagus (in de hals) en verbonden met een programmeerbare stimulator in een onderhuidse pocket (onder het sleutelbeen). Het resultaat van deze relatief eenvoudige operatie is moeilijk te voorspellen (ongeveer 50% kans op een significante verbetering), en de kans op ernstige complicaties (blijvende heesheid, slikstoornissen, infectie) dankzij een zeer zorgvuldige operatie techniek gelukkig gering.